Volgende wedstrijd

25 mei: Veensche Boys – Odysseus (14.30 uur)

Stand 2e Klasse B

1 FC De Bilt 56 (K)
2 Delta Sports 48
3 FC Almere 44*
4 BFC Bussum 40
5 Waterwijk 38
6 De Meern 35
Veensche Boys 35
8 Loosdrecht 34
9 JSV Nieuwegein 33
10 IJFC 33
11 Benschop 27
12 TOV Baarn 27
13 Lopik 24
14 Odysseus’91 21
* Punt in mindering

Uitslagen 18 mei

BFC – De Meern 1-1
Lopik – FC Almere 0-1
Odysseus ’91 – Loosdrecht 6-0
Benschop – Veensche B 2-3
Waterwijk – FC De Bilt 1-5
Delta Sports – IJFC 0-2
TOV – JSV 2-1

Activiteiten kalender

24 mei 2019
Klaverjassen 20u

31 mei 2019
Bingo 19.30 uur

Topscoorderslijst

1 Nico van den Brom 9
2 Danny Brouwer 8
3 Kevin Hols 5
3 Tom van Donselaar 5
4 Stefan Fredriksen 3
6 Kilian van Kasteel 2
6 Edwin van der Molen 2
6 Bas van de Grootevheen 2
7 Ivo te Velthuis 1
7 Menno van der Woude 1
7 Niels Buijtenhuis 1
7 Eigen doelpunt 1

***  Vrijwilligersavond 8 juni *** Volg Zomerfit bij Fortius *** 

Donny: ’Naar dit kampioenschap heb ik zó verlangd’

Praten over Abdelhak Nouri en het blijvende, ernstige hersenletsel dat zijn boezemvriend in de zomer van 2017 opliep, valt Donny van de Beek (22) nog altijd zichtbaar zwaar. Sinds het thuisduel met FC Utrecht (4-1) en de verrassende nederlaag van PSV bij AZ (1-0), waardoor Ajax officieus de landstitel veroverde, heeft Van de Beek een belofte ingelost. „Deze is voor Appie”, zegt Van de Beek met zachte stem, verwijzend naar de 34e landstitel van de Amsterdammers. „Maar ik denk toch elke keer weer: ’wat was het toch mooi geweest als Appie erbij zou zijn.’ Dat laat me niet los.”

Op Van de Beeks verdrietige gezicht verschijnt pas een voorzichtige glimlach als hij aan hun gezamenlijke debuut bij de A-selectie van Ajax denkt. „Appie was zó slim, hè? Hij kwam net bij het eerste en we zaten naast elkaar in de kleedkamer op De Toekomst. ’Ik vraag rugnummer 34, want de 34e landstitel, daar gaan wij voor zorgen’, zei hij. Na zijn hartstilstand bleef ik maar over zijn woorden nadenken en wist ik zeker dat ik Ajax pas zou verlaten als we een keer kampioen waren geworden. Ik moest en zou die 34e titel pakken. We voetbalden allemaal ook voor Appie. Naar dit kampioenschap heb ik zó verlangd”, zegt de Ajacied, die pendelt tussen verstand en gevoel en soms vecht tegen opwellende tranen.

„Ik ga vaak naar zijn familie toe en straks in de vakantie misschien weer naar Appie zelf. Uit zelfbescherming ben ik al een tijdje niet bij hem geweest, want als ik hem zie, doet dat me gewoon te veel. Dan ben ik een aantal weken van slag en slaap ik slecht. Het doet intens pijn en het went ook niet. Het liefst zou ik elke dag bij hem zijn, want ik mis hem erg. Maar ik weet zeker dat ik dan niet zo zou kunnen functioneren als nu. Als ik wel bij hem ben, klets ik tegen hem en zie ik soms een glimlach. Hij krijgt er echt iets van mee.”

Een lange stilte volgt. „Ik vind het moeilijk om erover te praten, want ik ben een binnenvetter. Als ik verdrietig ben, trek ik me terug. Aan een psycholoog heb ik nooit behoefte gehad, omdat ik genoeg heb aan mijn familie en vrienden. Zij zijn er altijd voor me en hebben een luisterend oor als ik dat nodig heb. Ik heb geleerd wie er altijd voor me zijn.”

Van de Beek vertelt liefdevol over zijn oud-ploeggenoot en vriend. „Appie was van jongs af aan een supervrolijk mannetje, dat niet op zichzelf, maar vooral op de mensen om hem heen was gericht. Hij was goed voor anderen, een geweldige speler en een geweldig mens. Later ging hij naar gevangenissen om jongeren op het goede pad te krijgen en op hun kansen te wijzen. En hij nam alle tijd voor zieke mensen en voor kinderen met een beperking. Dat zal me altijd bijblijven.”

„Het mooiste vond ik altijd dat hij alles buiten het zicht van de camera’s en fotografen deed. Ook toen mijn broertje Rody ziek was, toonde Appie zich super betrokken. En hij haalde er plezier uit om zijn zusjes naar school te brengen, op te halen en cadeaus voor ze te kopen. Hij deed alles voor zijn lieve familie.”

Van de Beek slikt zijn emotie weg. „Onze vriendschap werd steeds hechter en ik raakte ook bevriend met zijn broertje Mo, die ik nog elke dag spreek hoe het met Appie gaat.” De herinnering aan één gesprek bezorgt hem in het lentezonnetje een koude rilling. „Mo zat in Nederland, ik stond in Oostenrijk en hij vroeg hoe het met zijn broertje was die op het veld lag. Zeggen dat hij een hartstilstand had gehad, was niet makkelijk…”, zegt hij met gevoel voor understatement. „In het begin waren er hoopgevende berichten, zeiden mensen dat heel veel tests goed gingen, dus was het nieuws dat het goed mis was een mokerslag. Hersendood. Ik zat stuk.”

Het blijft door zijn hoofd spoken. „Ik vraag me nog vaak af waarom hém dit nu moest overkomen. Ik gun natuurlijk niemand zulk leed, maar het lijkt wel of het altijd de goede mensen treft. Appie had het beste met iedereen voor en heeft dit absoluut niet verdiend. Het maakt me machteloos en boos.”

Elke keer weer wordt de wond opengereten. „Als de fans zingen is het prachtig, maar confronterend. En elke dag als ik op De Toekomst loop, dan mis ik hem. De praatjes die we in de kleedkamer maakten, de mooie momenten samen. En ook nu we de 34e schaal ontvangen, ben ik trots en verdrietig tegelijk. Het is gewoon ongelooflijk moeilijk”, zegt hij ten overvloede.

„We speelden dit seizoen in de kwalificatie voor de Champions League bij Standard Luik. We verbleven in Luik in hetzelfde hotel als in het seizoen onder Peter Bosz in de Europa League. Pas op het moment dat ik mijn hotelkamer binnenstapte, besefte ik dat het precies die kamer was waarin ik in 2016 met Appie lag. Verrek! Dan springt het kippenvel toch weer op je armen en moet je het weer een plekje geven. Door te voetballen kun je het vergeten.”

Althans, voor even. „Ik denk sowieso elke dag wel een keer aan Appie, maar nu de 34e titel dichterbij kwam nog veel vaker. Maar niet alleen ik, hoor. Dat geldt voor alle jongens in de selectie die hem goed kennen en hebben meegemaakt. Iedereen laat zien dat Appie nooit wordt vergeten. Hij is een kind van de club, hij is Ajax. Misschien wel het grootste talent dat er ooit op De Toekomst heeft rondgelopen. Ik mocht elke dag met hem trainen en hij was ongelooflijk goed”, komt de lach weer terug.

„Bij buitenlandse toernooien lagen we altijd bij elkaar op de kamer. Niet één keer, maar wel honderden keren, met Oranje onder 17 op Malta zelfs een maand. Dan heb je het over van alles: over de weg die we samen aan het afleggen waren, over onze droom samen in het Nederlands elftal te spelen, over onze twijfels en over allerlei persoonlijke zaken, want we vonden veel dezelfde dingen leuk. Die momenten lijken dan heel gewoon, maar koester ik nu de rest van mijn leven.”

Net als de duels die ze samen speelden. „Hij was altijd maar bezig om de tegenstanders te verrassen en daarvoor maakten we afspraken, zoals in een wedstrijd bij Almere City. Ik ging bij een vrije trap op een meter of twintig van het doel naast de muur staan en vroeg hem de bal over het muurtje te stiften. Dat deed hij vervolgens perfect en ik nam de bal in één keer op mijn slof, bam, vol in de kruising. Daar konden we echt van genieten. Bij Onder 19 en Jong Ajax kwamen er duizenden mensen speciaal voor Appie naar de wedstrijden.”

Van de Beek overweegt vanavond een speciaal eerbetoon. „Ik heb er wel over nagedacht om tegen De Graafschap iets bijzonders te doen voor Appie als ik scoor of zodra we officieel kampioen zijn. Maar dat is een verrassing.”

Webshop
Webshop
Archief berichten